Bewegingstherapeut en manegebegeleider

11/02/2019

Dienstencentrum Sint Oda

Zoekt

Bewegingstherapeut en manegebegeleider

1Functiedoel

Je staat in voor de bewegingsopvoeding van de zorggebruikers. Je dient op deskundige wijze het ‘welzijn’ van de zorggebruiker te bevorderen door kansen te creëren tot bewegen of bewogen worden als noodzaak tot ‘geluk’. Daarbovenop sta je, samen met collega’s, in voor het recreatief en therapeutisch paardrijden binnen de voorziening. Je werkt op een actieve en deskundige wijze mee aan het welzijn van de gebruiker door deze op een aangepaste manier in contact te brengen met paarden.

2Positie of Plaats in de organisatie

  • De dienst beweging maakt deel uit van de bewonersgerichte diensten

  • De manege maakt deel uit van de dienst beweging

  • Je legt verantwoording af aan de coördinator van de beweging

3Kwalificatievereisten of ‘gelijkwaardig niveau’

  • Vervangingscontract zwangerschap 30u (uren beweging en manege)

  • Bachelor of master in de bewegingswetenschappen of revalidatiewetenschappen (psycho-motorische therapie). Bachelor in de ergotherapie. Theoretisch-wetenschappelijk werkpakket dat mits ervaring of toewijding verworven is.

  • Je moet over voldoende kennis en ervaring beschikken met betrekking tot paarden en paarden als medium (in de zorg).

  • Het bezitten van een diploma in een menswetenschappelijke richting, een postgraduaat in de Equine Assisted Therapy (EAT) hippotherapie of ervaring met de doelgroep is een pluspunt.

4resultaat en taakomschrijving

4.1Resultaat 1: Elke zorggebruiker krijgt bewegingsaanbod op maat en afgestemd op zijn/haar zorgvraag

  • Aangepaste bewegingsactiviteiten voorbereiden, aanbieden en uitvoeren voor individuele zorggebruikers of groepen

  • Evalueren, bijsturen en flexibel hanteren van het opgestelde bewegingsprogramma

  • Stimuleren van bewegingsmomenten bij diensten en leefgroepen

  • Opstellen of voorstellen van een bewegingsplan voor iedere zorggebruiker met aandacht voor evenwicht in spanning en ontspanning

4.2Resultaat 2: Er wordt nagegaan of de vooropgestelde bewegingsdoelstellingen worden bereikt en indien nodig worden deze bijgestuurd

  • Voorbereiden van zorgplanbesprekingen en multidisciplinair overleg op vlak van beweging

4.3Resultaat 3: De werking van de beweging en van de manege worden gecoördineerd in al hun facetten

– Instaan voor en opvolgen van de logistieke taken die gepaard gaan met de beweging (vb zwembadcontroles) en het beheren en verzorgen van paarden

– toezien, aanbieden, vernieuwen en deelnemen aan trimactiviteiten, activiteiten in de manege en zwembad, fietstochten…

– Onderhouden van externe contacten m.b.t. het paardrijden en beweging

– Toezien op de veiligheid bij en rond de paarden en het paardrijden en bij andere bewegingsactiviteiten zoals zwemmen, fietsen, sporthal…

– Inschakelen, ondersteunen en erkennen van vrijwilligers.

4.4Resultaat 4: Zowel het recreatief en therapeutisch paardrijden alsook de paardenbeleving verwerft een volwaardige plaats binnen de dagbesteding

– Verder uitbouwen van het facet paardrijden binnen de totale dagbesteding.

– Indien nodig adviseren of organiseren van vorming voor vrijwilligers, manegecollega’s, leefgroepbegeleiders,…

– Een actieve inbreng hebben bij de zorgplanbesprekingen en maken van de vereiste verslagen.

– Deelnemen aan het multidisciplinaire overleg.

– Voorstellen op het vlak van paardrijden lanceren en na overleg uitproberen.

4.5Resultaat 5: Er wordt nagegaan wat de individuele behoeften en mogelijkheden of beperkingen zijn van iedere gebruiker en men tracht deze in uitvoering te brengen

– afnemen van bewegingsonderzoek

– Observeren van bewoners in verschillende bewegingssituaties, ook in de manege.

Uitzoeken van individuele interesses per bewoner op het vlak van bewegen in het algemeen en op vlak van paarden in al zijn facetten

5Beschrijving kerncompetenties vzw Stijn

5.1Gaat respectvol en hartelijk om met personen met en zonder handicap

5.2Is geëngageerd

5.3Communiceert open

6Beschrijving functiespecifieke competenties

6.1Competentie 1: basiskennis

Inzicht hebben in de opbouw van psycho-motorische hulpgeving, motorisch gebeuren en afloop van motorische handelingen

Indicatoren

  • Kan observeren, interpreteren en rapporteren

  • Kan analyseren

  • Kan overleggen, objectiveren en prioriteiten leggen

  • Is in staat geïntegreerd te werken

6.2 Competentie 2: Deskundigheid m.b.t. beweging

Vaardigheden en ervaringen kunnen toepassen, omzetten, vertalen naar de doelgroep en aanpassen aan het niveau van elke bewoner

Indicatoren

  • Is optimistisch ingesteld en kan bewegingsgedrag positief beïnvloeden

  • Kan bewegingservaringen en bewegingsontwikkeling mogelijk maken

  • Is in staat motorische grenzen te bepalen en durft het grensbereik van beweging te verleggen

  • Kan sturen, ondersteunen, vertrouwen geven en veiligheid bieden zonder de nodige bewegingsvrijheid te beperken en met het nodige verantwoordelijkheidsgevoel

6.3Competentie 3: Een ruime kennis bezitten over paarden

Kennis hebben over en voeling hebben met paarden om deze op een adequate en verantwoorde manier in te zetten voor het welzijn van de bewoners/gasten.

Indicatoren

Weten hoe men paarden moet verzorgen om ze in optimale conditie te houden.

Herkent paarden in hun gedrag en kan inspelen op afwijkend gedrag.

– Durft paarden aan te sturen en kan hierin een evenwicht vinden tussen het paard als lastdier ten behoeve van de bewoners en een paard als levend wezen.

6.4Competentie 4: Deskundigheid m.b.t. het paardrijden in de zorg

Vaardigheden en ervaringen kunnen toepassen, omzetten, vertalen naar de doelgroep, bruikbaar maken en aanpassen aan het niveau van elke bewoner.

Indicatoren

– Kan paardrijervaringen en ontwikkeling mogelijk maken.

– Durft het grensbereik van het paardrijden te verleggen.

– Tast de mogelijkheden van iedere gebruiker af op mentaal en motorisch vlak en heeft

aandacht voor zijn/haar interessegebied.

– Zoekt actief naar bijkomende informatie die relevant is voor het paardrijden voor de doelgroep en stelt zich lerend op.

6.5Competentie 3: Invoelvermogen

Leeft zich in de leefwereld van de zorggebruiker.

Indicatoren

– Kan zich afstemmen op de zorggebruiker.

– Heeft geduld, kan tijd nemen en geven.

– Heeft een tactvolle benadering, houding (bv. kan weerstand overwinnen) en hanteert een aangepaste omgangsvorm.

– Kan zich flexibel opstellen, veranderende zorgvragen beantwoorden en zijn/haar aanbod aanpassen.

– Kan rituelen, gewoontes of voorkeuren loslaten in functie van een veranderende zorgvraag of dienstorganisatie.

6.6Competentie 4: Engagement, betrokkenheid

Voelt zich verbonden met de voorziening en de functie die men vervult en is ook op lange termijn betrouwbaar in zijn werk.

Indicatoren

  • Voelt zich verantwoordelijk en verzekert continuïteit.

  • Heeft een grote draagkracht en doorzettingsvermogen (volhouder).

  • Heeft een sportieve ingesteldheid.

  • Draagt zorg voor een goede verstandhouding.

  • Kan stimuleren en motiveren.

6.7Competentie 5: Organisatietalent

Kan doelgericht en methodisch werken. Werkt planmatig en beschikt over de capaciteiten om zijn/haar doel ten uitvoering te brengen.

Indicatoren

  • Kan zelfstandig en doelgericht werken.

  • Neemt (spontaan) initiatief.

  • Werkt overzichtelijk met correcte administratie, verslaggeving en rapportage.

  • Kan probleemoplossend handelen.

  • Heeft de nodige zelfreflectie en zelfsturing.

Spring naar toolbar